John Braspennincx: Koning der Kermiscourses en Smokkelkoning

Met twee Nederlandse titels op de weg bij de profs en één bij de onafhankelijken behoorde John Braspennincx (24 mei 1914) tot de absolute toprenners in de jaren '30, '40 en '50 van de vorige eeuw. In 1936 werd hij in Hoogerheide voor de eerste keer Nederlands kampioen bij de onafhankelijken. Een jaar later in 1937 sprintte hij op de Cauberg in Valkenburg naar het rood-wit-blauw bij de profs.

Bij het Nederlands kampioenschap in 1937 moeten de renners maar liefst 18 keer de Cauberg beklimmen. Braspennincx maakt deel uit van de beslissende kopgroep van zes renners en neemt in de laatste ronde het initiatief. Hij demarreert en krijgt Cees Valentijn met zich mee. Die krijgt even verderop te maken met een kettingbreuk en moet daardoor de wedstrijd verlaten. Braspennincx besluit te wachten op de volgende achtervolger, de Rotterdammer Verveer. Hij is er zeker van dat hij hem in de sprint makkelijk kan verslaan. Dat gebeurt ook. Braspennincx gaat de sprint van ver aan en wint met drie lengten voorsprong.

In 1942 wordt hij op de Cauberg voor de tweede keer Nederlands kampioen bij de profs. Dit keer rijdt hij in de slotfase samen met Kees Bakker weg, maar vliegen ze voor de negentiende beklimming van de Cauberg samen uit de bocht en belanden ze in de etalage van een juwelier. Beide renners zijn ongedeerd en kunnen verder, maar de fiets van Braspennincx is onbruikbaar geworden. De gedubbelde Rinus Buuron uit Bergen op Zoom, die dan toevallig net voorbij fietst, staat spontaan zijn fiets af. Braspennincx zet de achtervolging in en haalt Bakker weer in. In de slotronde weet hij hem alsnog te lossen en met ruim een halve minuut voorsprong het kampioenschap te winnen. Op bijna 4 minuten wordt Sijen derde.

Braspennincx wordt na het behalen van zijn Nederlandse titel in 1937 ook geselecteerd voor de Tour de France, maar dat wordt geen succes. Al na vijf dagen houdt hij het voor gezien. Hij kan zijn geld makkelijker verdienen in de vele kermiskoersen in Nederland en België. Het levert hem de naam 'Koning der Kermiscourses' op. Een andere bijnaam van Braspennincx is 'Smokkelkoning'. Hij weet hij in de jaren rond de oorlog een imperium op te bouwen met het smokkelen van boter en tabak.

Ook na de oorlog blijft Braspennincx nog jaren lang actief als profrenner en wint hij zijn wedstrijden. Als hij in 1952 stopt, staat de zegeteller op 129 overwinningen bij de profs.