Geschiedenis West-Brabantse wielersport 1900-1949

De 19-jarige Jacques Smout uit Bergen op Zoom komt de eer toe de West-Brabantse wielersport voor het eerst ‘op de kaart’ te hebben gezet. In het najaar van 1897 vestigt hij een officieel ‘zesuursrecord’ door op slechte wegen in Noord-West Brabant een afstand af te leggen van 153,6 km, erkend door de toenmalige wielerbond ANWB.  

 

In 1902 wordt Jacques op de Tilburgse wielerbaan kampioen van Nederland ‘op de langen afstand’ 30 km bij de amateurs. Jacques is een ondernemend type en samen met enkele vrienden neemt hij het initiatief om in Bergen op Zoom een echte cementen wielerbaan aan te leggen op hun trainingsterrein ‘De Raayberg’ aan de Antwerpsestraatweg. Op Hemelvaartsdag 1904 wordt de 333 meter lange wielerbaan geopend en het is direct een groot succes. Dit mede omdat de overheid in 1905 een wet heeft uitgevaardigd, waarmee het wielrennen op de openbare weg wordt verboden! Jacques, die tot 1909 actief blijft als renner, wordt benoemd tot directeur van de wielerbaan De Raayberg en onder zijn leiding zal de baan 30 jaar lang een bloeiperiode beleven. Zo worden in 1909 en 1917 op De Raayberg de Nederlandse baankampioenschappen verreden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) - waarin Nederland neutraal is gebleven - komen er vooral veel Belgische wielrenners op de baan rijden.  

In die tijd ook gaat de Haagse sprinter Piet Moeskops speciaal in Bergen op Zoom wonen om op De Raayberg te kunnen trainen. Hij zal als sprinter in de jaren twintig vijfmaal wereldkampioen bij de profs worden! Dit is tevens de periode van de in Roosendaal geboren, maar in Bergen op Zoom opgegroeide, amateur-sprinter Toine Mazairac. Hij wordt bij de amateurs vijf maal Nederlands kampioen, wint een zilveren plak op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en sluit zijn carrière af met een wereldtitel in Zürich in 1929. 

Toine kiest dan voor een maatschappelijke loopbaan en zal een succesvol zakenman worden in de auto-branche. Garagebedrijf Mazairac bestaat heden ten dage nog steeds in Bergen op Zoom! Overigens zal ook Jacques Smout het maatschappelijk heel goed doen, als ‘scheeps-bevrachter’ en mede-oprichter en directeur van Webo, een groothandel in bouwmaterialen. Zijn riante villa aan de Bredasestraat in Bergen op Zoom voorziet hij van de naam ALINE, ofwel Alle Luxe Is Niet Eeuwig en staat er nog altijd!  

In 1925 is dan inmiddels ook een 250 meter lange wielerbaan geopend op de Galderseweg in het toenmalige Ginneken (nu Breda, waar achter het huidige café De Kogelvanger de contouren van deze baan vandaag de dag nog zichtbaar zijn!). Tilburger Jan Pijnenburg en zijn vaste maat Jaan Braspennincx uit Zundert zijn er de grote sterren en vormen jarenlang een onverslaanbaar duo in de koppelkoersen. Samen met twee andere West-Brabanders Piet van der Horst (Breda) en Jan Maas (Steenbergen) behalen Pijnenburg en Braspennincx ook een zilveren medaille bij de Olympische Spelen in Amsterdam op het onderdeel 4 km ploegenachtervolging. 

Het is de bloeiperiode van de baan met als hoogtepunten de openingswedstrijden op Tweede Paasdag in 1932 en 1933, wanneer er respectievelijk 12.000 en 13.000 toeschouwers op de tribunes rond de baan zijn geperst! De baanwielersport in West-Brabant leeft enorm in die tijd en overal verschijnen er nieuwe - soms primitieve - wielerbaantjes, zoals in Sint Willebrord, Roosendaal (twee stuks), Lepelstraat, Hoeven, Oudenbosch en Oosterhout. Deze bloeiperiode van de baanwielersport zal duren tot medio jaren dertig.  

Intussen worden er dan al, met een speciale vergunning van de overheid, steeds meer wielerwedstrijden op de weg gehouden. Zo wordt Jan Maas in 1929 Nederlands kampioen op de weg bij de onafhankelijken, een wedstrijd die op de Veluwe wordt verreden. De nog niet zo talrijke profs rijden daar hun kampioenschap in de vorm van een tijdrit over 176 km! De West-Brabanders laten zich hierin gelden: in 1930 wint Adriaan Braspennincx, in 1932 Marinus Valentijn (Sint Willebrord) en in 1933 Thijs van Oers (Langeweg), die later in dat jaar ook de eerste Acht van Chaam op zijn naam schrijft. Op 15 augustus 1934 wint de 21-jarige Kees Pellenaars, een boerenzoon uit Terheijden, verrassend het wereldkampioenschap op de weg bij de amateurs in het Duitse Leipzig. Een dag later legt Marinus Valentijn beslag op de derde plaats bij de profs. Het zijn ongekend prestaties: een wereldkampioen en een derde plaats uit een land waar het wielrennen op de weg nog verboden is! Het tij zal spoedig keren.  

Nog in hetzelfde jaar 1934 lukt het wielercomité Hoogerheide om de Nederlandse wegkampioenschappen naar West-Brabant te halen. De wedstrijden worden in september verreden en zijn een groot succes, mede omdat de plaatselijke favoriet Piet Snoeijers beslag legt op de titel bij de amateurs. Dus mag Hoogerheide ook in 1935 en 1936 de Nederlandse kampioenschappen op de weg organiseren. Op een snikhete zomerdag in 1935 staan er maar liefst 310 renners aan de start voor dit kampioenschap: 15 profs, 42 onafhankelijken en 253(!) amateurs, die gezamenlijk vertrekken. Het wordt een slijtageslag en een weergaloos optreden van Marinus Valentijn (‘Vent van de bok’). Hij wint de wedstrijd met meer dan 11 minuten voorsprong op nummer twee. Bredanaar Hein Jansen wordt vijfde en is de beste amateur. Slechts 27 renners rijden de wedstrijd uit! Een jaar later behaalt Kees Pellenaars in Hoogerheide de kampioenstitel bij de profs en John Braspennincx (Princenhage) die bij de onafhankelijken. Daarna verhuist het kampioenschap voor vele jaren naar het Caubergcircuit in Valkenburg. John Braspenninxc wint er direct al in 1937 en later nogmaals in 1942 de titel bij de profs. Met de opkomst van de wegwielersport neemt de populariteit van de baanwielersport af. 

Maar toch behaalt Jef van de Vijver, geboren in Teteringen, maar opgegroeid in Roosendaal,nog twee maal de wereldtitel bij de amateursprinters in 1937 in Kopenhagen en in 1938 in Amsterdam. Beide keren wordt hij door meer dan 10.000 enthousiaste Roosendalers van de trein gehaald en gehuldigd op de (oude) Markt. Ondanks deze prachtige prestaties zal de profcarrière van Jef niet van de grond komen. De Tweede Wereldoorlog (1940-1945) zal helaas ‘roet in het eten strooien’.  

Intussen heeft er in 1936 voor de eerste keer een kleine Nederlandse ploeg van vier renners deelgenomen aan de Tour de France. De ploeg bestaat uit de Zeeuw Theo Middelkamp en drie (geboren) West-Brabanders: Albert Gijsen (Putte) en de gebroeders Antoon en Albert van Schendel, die zijn geboren in Lage Zwaluwe, maar midden jaren twintig zijn verhuisd naar Zuid-Frankrijk. Het lukt de twee broers om daar een wielercarrière op te bouwen en ze zullen er ook hun hele leven blijven wonen.  

Voor Albert Gijsen is de Tour te zwaar, hij valt na een week uit, maar de andere drie doenhet goed. Middelkamp wint zelfs een bergetappe en Albert van Schendel eindigt op de 15de plaats. Ook de jaren daarna tot en met 1939 vormen zij de kern van de ploeg. Antoon van Schendel behaalt twee keer een etappe-overwinning en broer Albert wordt in 1939 nog een keer 15de in de eindstand. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt de eerstvolgende Tour de France pas in 1947 weer verreden. Antoon en Albert - die dat jaar nog wel meedoet, maar afstapt - zijn dan inmiddels te oud, hun tijd is voorbij.  

Gelukkig staan er in dat jaar twee unieke wielertalenten op in West-Brabant: Wim van Est en Wout(je) Wagtmans. Wim, geboren in Fijnaart maar dan al woonachtig in Sint Willebrord, is pas op 23-jarige leeftijd met wielrennen begonnen en blijkt oersterk te zijn. Hij moet even wennen om de stiel onder de knie te krijgen, maar rijdt in 1948 bij de amateurs een topjaar met 22 overwinningen. Hij wint onder meer de Ronde van Brabant, wordt derde bij het Nederlands kampioenschap op de weg (waar hij denkt te hebben gewonnen!) en vierde bij het wereldkampioenschap in Valkenburg (na domme pech in winnende positie in de laatste ronde). In 1949 wordt Wim prof en wordt Nederlands kampioen achtervolging op de baan. 

Ook in het wegkampioenschap in Valkenburg gaat hij als eerste over de streep, maar wordt wegens ‘onreglementair’ sprinten teruggezet naar de tweede plaats. In de Grand Prix des Nations, een grote internationale tijdrit op het eind van het jaar, eindigt Wim als tweede, nadat hij door een bochtencommissaris een verkeerde weg is ingestuurd vlak vóór de finish. Het levert hem, naast veel teleurstelling, wel een goedbetaald contract op bij de Franse fietsenfabriek Garin.  

Wout, geboren in Sint Willebrord, maar dan woonachtig in Breda, start in 1947 zijn wielercarrière bij de nieuwelingen. Hij blijkt een natuurtalent te zijn: snel, sterk en slim, een unieke combinatie. In 1948 behaalt hij als amateur al 14 overwinningen en een jaar later zijn dat er maar liefst 33(!), waaronder de Ronde van Brabant en het Nederlands kampioenschap op de Cauberg te Valkenburg. In dit kampioenschap heeft Wout een slim plan opgezet samen met zijn buurtgenoot prof John Braspennincx. De amateurs vertrekken drie minuten na de profs en door een bliksemstart weet een kopgroepje van vijf amateurs, onder wie Wout, de profs bij te halen. Hier doet John het vuile werk voor Wout en trekt voor hem de sprint aan. Wout wordt kampioen en zal in 1950 spoedig overstappen naar de profs, maar dat is weer een ander verhaal. (Tekst: Rein Lambrechts)