KNWU denkt na over tweede helft wegseizoen

De wielerkalender is tot 1 juni leeg gemaakt als gevolg van de maatregelen tegen het coronavirus. De KNWU volgt de adviezen van de overheid en het RIVM. Dat er tot 1 juni niet gekoerst wordt, wil nadrukkelijk niet zeggen dat alles achter de schermen ook stil ligt.

 

Auke Broex (voorzitter commissie wegsport) en Henk van Beusekom (manager sport KNWU) geven op de website van de wielerbond aan dat er wel degelijk gedacht wordt over de invulling van de wielersport op de weg na de coronacrisis. Van Beusekom: “Het organiseren van tijdritten is een optie voor als we niet direct weer met z’n allen in koers kunnen, mogen of willen om toch te sporten in wedstrijdverband, maar dan op een manier waarop je niet direct in grote groepen hoeft te rijden. We zijn kortom volop bezig, maar de maatregelen van de overheid blijven voor ons leidend. In commissies en werkgroepen gaan we er momenteel van uit dat er vanaf 1 juni weer gefietst kan worden. Je moet een plan hebben voor op het moment dat dit weer kan. Als die datum verder vooruit geschoven wordt, kunnen we altijd nog aanpassingen doen. Er zijn nog organisatoren die een evenement in juni willen houden. We hebben voorlopig ook de kampioenschappen op de weg en tegen de klok nog voor eind juni staan. Ook omdat we niet weten hoe de UCI het najaar verder invullen gaat met de voorjaarswedstrijden en grote ronden die niet verreden konden worden. Misschien moeten we daar nog op anticiperen.”

 

Auke Broex denkt dat andere organisatoren wellicht kunnen nadenken over een andere invulling van wielerevenementen voor de laatste maanden van het seizoen. “Ik organiseer mede een criterium en wij kijken naar een plan om zonder sponsors toch te kunnen organiseren. Bijvoorbeeld door het inschrijfgeld te verhogen. Dat vraagt een offer van de deelnemers, maar zij kunnen dan wel koersen. Ook kunnen we kijken naar de mogelijkheden om op clubparcoursen echte wedstrijden te organiseren. Voor clubs en wedstrijden is dat wellicht wennen, maar het geeft wel de kans om iets te ondernemen. Ook kijken we naar de optie om op het circuit van Zandvoort wedstrijden te houden en zo aan te haken bij een 24-uursrace die daar de ruimte al afgehuurd heeft. We doen ook een beroep op de mensen in het land om mee te denken, creatief te zijn en zo te kijken of en hoe we het wielrennen op de weg weer op kunnen starten.”